Zoek hier in 309 vacatures

Uitgebreid zoeken

Vind een vacature

X uitgebreid zoeken sluiten
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Supporter van de vrijwilligers

Experis is niet alleen trotse sponsor, maar is ook nog eens een verbindende factor tussen de organisatie en de 1800 vrijwilligers die zich dit jaar tijdens de Europese Kampioenschappen Atletiek (EKA) inzetten. Zonder vrijwilligers geen evenement. Wie zijn deze mensen en wat drijft hen? Wat hen drijft, drijft ons.


“Je moet jezelf over grenzen heen durven trekken. Alleen dan groei je.”

Vader Joost (52) en dochter Hanna (19) zijn beiden actief vrijwilliger en gaan ook aan de slag tijdens het EKA. Op hun eigen club, Atletiek Vereniging Feniks. Alles uit liefde voor de sport. Hanna: “Sport is groot bij ons thuis, al sinds dat ik klein was. Schaatsen, judo, zeilen, turnen en zelfs circusschool. Mijn broers, zusje en ik hebben van alles geprobeerd. Ik heb zelfs een jaar samen met papa Acro-gym gedaan! Sinds een jaar of acht hoort daar nu ook atletiek bij. Even belangrijk als zelf sporten is het geven van training, het zit bij ons in het bloed.”

Vader Joost vult aan: “Het motiveren van mensen, kinderen maar ook volwassenen, daar haal ik zo veel voldoening uit. Je moet ze niet alleen in beweging brengen, ze moeten zichzelf ook over grenzen durven trekken, alleen dan groei je. En dat mag beloond worden. Met een paar mooie complimenten kun je iemands dag maken, daar draag ik graag aan bij!”

Tijdens EKA organiseren zij mede één van de side events en zitten daar volledig op hun plek. Joost: “Drie dagen lang organiseren wij dagelijks een soort sportdag voor in totaal 1700 basisschoolkinderen uit heel Nederland. En dat moet goed zijn! Drie maanden geleden deed ik een stap terug en trad ik af als voorzitter. Om meer tijd voor trainingen te hebben, maar ook om een appèl te doen op anderen binnen de vereniging en hen er meer bij te betrekken. Dit event is een leuke manier om toch nog met de organisatie bezig te zijn: ik wil me hier hard voor maken, dit is wel ons visitekaartje natuurlijk!”

Hanna: “Zelf had ik ook graag in het materiaalteam gezeten, om zo dichter bij de sporters en het stadion te kunnen zijn. Maar dit past wel heel goed bij me. En we kunnen sowieso naar de wedstrijden!” Papa glundert: “Zodra de kaartverkoop van start ging heb ik gelijk drie passe-partouts gekocht, waarvan twee van de kinderen er al één hebben toegeëigend. Die Nederlandse grootmachten gaan we natúúrlijk zien! Dafne op de 100 meter en Sifan Hassan op de 1500 meter, daar vertrouw ik wel op. Daar zou ik mijn geld wel op inzetten.”

 

“Van op de bank liggen wordt niemand beter. Dit is een mooi moment om te testen waar mijn grenzen liggen.” 

Het is maart 2014 als Marieke Enkt (43) ziek wordt. Kanker. “Toen ik me vorig jaar samen met mijn zus opgaf om vrijwilliger te zijn tijdens het EK atletiek in Amsterdam dacht ik: dat is pas over een jaar, dat lukt me wel. Dat viel toch tegen. De revalidatie bleek moeilijker en langduriger dan ik had kunnen vermoeden.  Even was daar de twijfel of ik er wel bij zou kunnen zijn, maar drie maanden geleden wist ik: dit gaat gebeuren. Het leek me altijd al bijzonder om aan een groot sport evenement mee te kunnen helpen, helemaal sinds ik bij de Olympische Spelen in Londen ben geweest in 2012. Van dichtbij zag ik hoe vrijwilligers een evenement kunnen maken of breken, zo bijzonder. Het is zulk dankbaar en zinvol werk, ik ben blij dat ik hier nu een kijkje in de keuken kan nemen. Je ziet pas wat voor geregel het is, als het niet geregeld is.”

De interesse voor sportevenementen komt niet alleen doordat ze een sportaholic is, maar ook vanuit haar werk. “Ik studeerde aan het Johan Cruyff Institute toen ik ziek werd. In verband met mijn behandeling heb ik een tijd moeten stoppen, maar toen ik verder kon koos ik de Ride for the Roses, een fondsenwervende-fietstocht voor het KWF, als afstudeeropdracht. Na afloop van mijn project bleef het contact met de organisatie goed en inmiddels draai ik als vrijwilliger mee bij de Ride for the Roses. Het is geweldig om met een team zo’n evenement neer te zetten, zeker als het soms even tegenzit. Als het dan tóch werkt, we het tóch voor elkaar krijgen, heb je onderling bijna een soort geheim verbond.”

“Vrijwilligerswerk en daarmee het hebben van een doel en structuur is belangrijk, nu zeker voor mij. Het is zo moeilijk voor te stellen hoe het is om niets meer te kunnen doen. Ik voelde me bijna schuldig. Werken is onderdeel van mijn revalidatie. Zoals de arbo-arts ooit zei: van op de bank liggen wordt niemand beter, dus dit EKA is een mooi moment om te testen wat mijn belastbaarheid is. Mijn rol in team Accreditaties geeft geen fysiek zwaar werk: perfect! Waarschijnlijk loop ik na een week echt wel op mijn tandvlees, maar ik woon vlak bij het Olympisch Stadion en ben in tien minuten thuis. Kan ik zelf met de beentjes omhoog voor de buis, de wedstrijden volgen. Heerlijk!”

 

De verzameling petten die Van Commeneé heeft aangelegd door het bezoeken van tientallen atletiekwedstrijden wereldwijd.“Degene die slecht is en toch zijn best doet, doet meer zijn best dan iemand die talent heb”
Otto van Commeneé (86), inderdaad vader van, is de oudste vrijwilliger tijdens de EKA 2016. Zijn voorliefde voor atletiek – of eigenlijk elke sport – zit diepgeworteld bij de  Amsterdammer. “Sport was vroeger bij ons thuis een vies woord. Opgegroeid met één broer en vier zusters en ik ben de enige voor wie het zo belangrijk is. Altijd overal kijken, maar altijd stiekem. Mijn ouders wilden er niets van weten, zeker mijn vader niet. Tijdens het uurtje zondagsschool zat ik op hete kolen omdat vijf minuten uitloop betekende dat ik minder van het voetbal van DWS kon zien.” Niet dat voetbal nu nog zijn voorkeur heeft. “Daar heb ik me tegen afgezet. Onsportief is het vaak, daar houd ik niet van, van die relschoppers. Verlies moet je ook kunnen waarderen, dat geeft sportiviteit. Dat is voor mij het allerbelangrijkste. Eigenlijk had ik scheidsrechter moeten worden, dat was het beste geweest. Ik zou alleen maar fluiten en wijzen.”

Otto is tijdens de kampioenschappen aanwezig als klusjesman op de dependance in Ookmeer. “Alles opknappen, vind ik mooi. Ik loop al een kleine 50 jaar mee bij Amsterdamse Atletiek Club (AAC). Ik heb hoogspringers getraind, pupillen begeleid, in jury’s gezeten, maar je bent al gauw te oud. Maar dat vind ik niet zo’n ramp hoor, ik doe toch wat ik zelf wil. Laat mij maar dingen repareren, daar houd ik van. En lijnen trekken hè, op de baan. Ik ben een doener, altijd al geweest. In 1980 stond ik tijdens de EKA in Utrecht achter de camera, gewoon voor de lol. Nu ben ik er vanuit mijn eigen gelegenheid, met werkbank en al op de club.” Zo’n dependance is trouwens ook veel leuker dat het grote stadion. “Mijn zoon leerde dat al op jonge leeftijd. Daar zijn de atleten en hun coaches, er wordt veel besproken onderling. Daar hoor je nog eens wat.”

Facebook winactie!